Proeftuin Ameland ontwikkelt blauwdruk voor de energietransitie

Geschreven door

Geplaatst op 31-05-2018

Zeventig procent van de Nederlanders maakt zich zorgen over klimaatverandering. Toch presteert Nederland van alle EU-lidstaten op Hongarije na het slechtst in het opwekken van duurzame energie, zo blijkt uit de Climate Change Performance Index 2018. Technologische innovaties zijn er te over maar de implementatie is vaak lastig. Eén van de redenen: ons land is te dichtbevolkt. Door het ruimtegebrek blokkeren NIMBY (Not In My Backyard) sentimenten vaak de aanbouw van grootschalige windmolen- en zonneparken, zoals onlangs nog in Hoogezand-Sappemeer. Ondertussen wordt de nationale doelstelling van 14% duurzame energie in 2020 hoogstwaarschijnlijk niet gehaald, terwijl deze toch al magertjes afstak tegen de 20% in 2020 ambitie van de Europese Unie en wordt er al gekscherend gesproken over een BANANA-mentaliteit: Build Absolutely Nothing Anywhere Near Anything. Maar op Ameland, waar de backyard nota bene UNESCO werelderfgoed is, verrees het eerste grote zonnepark van Nederland dat nu al genoeg stroom levert voor alle Amelanders. Waarom lukte op het Waddeneiland wat aan vaste wal zo moeizaam gaat?

Ganzenpoep

Het waait én de zon schijnt. Een goede dag voor duurzame energie, vindt ook Johan Kiewiet, voorzitter van de Amelander Energie Coöperatie (AEC). Toch hoopt hij op een stevige voorjaarsbui. “De ganzenpoep verlaagt het rendement. Het scheelt niet veel, maar toch”. Vanaf een aarden wal kijkt hij uit over de 23.000 donkerblauwe zonnepanelen, met kleine bruin-witte vlekjes, verspreid over bijna 16 voetbalvelden aan omheind grasoppervlak op het vliegveldje. De ganzen hoor je, en ook andere vogels. In de verte zijn de kerktoren van Hollum en aan de bosrand ook de vuurtoren te zien. “Het begon bij de burgemeester”, herinnert Kiewiet zich nog. “Op vakantie in Frankrijk had hij een zonnepark gezien en hij dacht: dat kan in Nederland toch ook?”

De gemeente schakelde Eneco in voor de technische uitvoering en de AEC voor de communicatie en het creëren van draagvlak onder de bevolking. Dat ging volgens Kiewiet niet zonder slag of stoot. “Er was wel tegenstand. De bewoners, natuurclubs, de vogelbeweging, gebruikers van het vliegveld: ze waren bang voor het onbekende.” Op Facebook werden de plannen door sceptici neergezet als een prestigeproject van de burgemeester, vertelt Kiewiet. De toeristen – die toch voor de rust en de natuur naar Ameland komen – zouden wegblijven en het zou een financiële strop worden voor de gemeente.

Autonomie als troefkaart

De gemeente zet transitiebegeleiders en innovatiecoaches in en organiseert informatiemarkten en inspraakavonden. “Maar of die nou het verschil gemaakt hebben? Dat denk ik niet”, zegt Kiewiet. Met name één toverwoord geeft de doorslag: participatie. Van het zonnepark hebben de AEC, Eneco en de gemeente alle drie evenveel aandelen en dus stemrecht. “Door de Amelander Energie Coöperatie in te schakelen gaf de gemeente haar inwoners een stem bij de onderhandelingen. Bewoners hebben zo niet het idee dat het allemaal top-down wordt doorgedrukt.”

De troefkaart die de AEC volgens Kiewiet in de beslissende fase in handen heeft, is de historische drang naar autonomie. Ameland was lange tijd een op zichzelf staand ministaatje. Kiewiet: “We hebben altijd voor onszelf moeten zorgen en dat ook gedaan. Dat zit een beetje in het DNA van de Amelander.” Ameland heeft altijd zijn eigen cultuur en mores gehad. Zo was het eiland een van de eerste plaatsen in Europa met volledige godsdienstvrijheid, spreken ze nog steeds Amelands (niet Fries: Amelands) en hebben ze een eeuwenoude, heidense Sinterklaastraditie: Sunneklaas. Volgens een beroemd en waargebeurd verhaal voeren de Amelanders tijdens de Engels-Nederlandse oorlogen naar Engeland om te melden dat ze toch echt niet bij de Republiek hoorden en ze dus met rust gelaten moesten worden. En zo geschiedde: Ameland werd gemeden terwijl buureiland Terschelling werd platgebrand. Dat was in 1652. Pas anderhalve eeuw later, in 1801, werd Ameland officieel ingelijfd in de Bataafse Republiek maar het heeft de hang naar zelfstandigheid nooit verloren.

Het idee dat de Amelanders voor hun energie niet meer afhankelijk zouden zijn van het vasteland was dan ook cruciaal voor de participatie van de eilandbewoners. “Amelanders willen graag zelfvoorzienend worden met eigen, duurzame energie. Dan hebben we met het vasteland eigenlijk niks meer te maken en kunnen we onszelf bedruipen”, aldus Kiewiet. Het is misschien geen toeval dat andere Europese voorlopers op het gebied van duurzame zelfvoorziening ook eilanden zijn, zoals het Deense Samsø en het Spaanse Ferro (El Hierro).

 

Ameland: proeftuin voor duurzame energie                                

Op de beslissende avond stemt de gemeenteraad unaniem vóór de aanleg van het zonnepark. Subsidies van het Waddenfonds en de Provincie Fryslân geven financiële zekerheid. Er wordt een extra stuk natuur gecreëerd en een aarden wal geplaatst om het zonnepark uit het zicht van de toeristen te houden. Inmiddels levert het park meer dan genoeg stroom voor alle vierduizend Amelanders en wordt er zelfs schertsend geadviseerd om op de zonnigste momenten massaal de toch al geplande was te draaien, om te voorkomen dat overtollige stroom ‘verloren’ gaat aan het vasteland.

Er is de op drie na kleinste gemeente van Nederland nu alles aan gelegen om die voortrekkersrol te behouden. De ambities voor de toekomst? “Vijftien jaar vooroplopen in de energietransitie”, zegt Kiewiet. Windmolens zijn op provinciaal niveau in de ban gedaan en dus experimenteren de Amelanders samen met Energy Academy Europe volop met getijdenenergie, Wubbo Ockels kite power, biogas uit de vergisting van rioolwater, lantaarnpalen met bewegingssensoren en hyperefficiënte brandstofcellen. De ambities hebben zelfs internationale interesse gewekt: samen met het Japanse techbedrijf Murata werkt Ameland aan het grootste smart grid van Noordwest-Europa, een intelligent batterijennetwerk waarop heel Ameland aangesloten moet worden.

Zo ontwikkelt Ameland zich tot een proeftuin voor duurzame energie. Het eiland is een samenleving op zich, maar toch overzichtelijk door de kleine schaal. Alle ideeën die bij onder meer het Energy Transition Centre (EnTranCe) van de Energy Academy Europe op microschaal ontwikkeld worden, kunnen hier op mesoschaal worden uitgetest en bij succes in de nabije toekomst op macroschaal worden geïmplementeerd in grote steden. Kiewiet: “Wij willen als eiland eigenlijk een voorbeeld zijn voor de transitie naar duurzame energie. Dat je laat ziet dat als het hier kan, je het ook kan kopiëren naar een dorp in Friesland; een stad in Groningen; heel de Randstad. Dat zou ik het mooiste vinden.”

“Als de politiek het niet doet, dan doen we het zelf wel!”

“Burgercoöperaties zoals die van ons schieten nu overal als paddenstoelen uit de grond”, vertelt Kiewiet. “In Groningen is er nu Grunneger power (“dóór Groningers, vóór Groningers”, red.). Je hebt er één in Lochem – die was ook vrij snel. En vanuit Texel zijn er in Noord-Holland een heleboel bijgekomen. Je ziet ook dat ze elkaar een beetje aansteken en van elkaar leren. Ik heb zelf wel duizend geïnteresseerden rondgeleid op het zonnepark.” Ook trok Kiewiet als een soort missionaris van de coöperatie door Friesland. “’s Avonds ben ik de dorpen in getrokken om op dorpsbelangvergaderingen te pleiten voor coöperaties. Dat is goed gelukt want er zijn er in Friesland nu 40. Allemaal kleintjes, maar het is een begin. Als de politiek het niet doet, dan doen we het zelf wel!”

Dat het model van een lokale energiecoöperatie overal aanslaat, is niet zo gek. De energie wordt lokaal opgewekt en lokaal verbruikt. Bewoners worden betrokken bij het bouwproces en kunnen zo hun wensen en bezwaren over de plek en de grootte van het park rechtstreeks doorgeven aan de lokale coöperatie in plaats van proberen door te dringen tot de bestuurskamers van internationaal opererende energiebedrijven. De winst vloeit bovendien terug naar de gemeenschap en kan zo geïnvesteerd worden in een nieuw dorpshuis of speeltuin. De AEC verkocht bijvoorbeeld voor drie ton aan obligaties aan bewoners tegen een rentepercentage van liefst 4%. Jaarlijks wordt er dus €12.000 uitgekeerd aan de eilandbewoners; de rest kan worden geïnvesteerd in nieuwe plannen.

De energietransitie? Please in my backyard

Dat proeftuin Ameland vruchtbaar grond heeft, blijkt ook uit de recente aardverschuiving in het lokale politieke landschap na de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart. Nieuwe partij AmelandÉén, dat zich profileert met verregaande duurzame ambities, won maar liefst vijf van de elf zetels. Het toerisme is niet verminderd: er zijn juist ecotoeristen bijgekomen nu Ameland zich actief kan neerzetten als ‘hot spot voor duurzame energie’. De bewoners op Ameland hebben in slechts een paar jaar tijd de NIMBY-mentaliteit verwisseld voor een PIMBY-mentaliteit: Please In My Backyard. Zo snel kán het dus gaan. Samen met de geplande offshore windmolenparken kan Nederland de op Europees niveau afgesproken doelstellingen om in 2023 16% duurzame energie op te wekken nog halen om zo weer enige aansluiting te vinden bij de andere EU-lidstaten.

Inmiddels krijgt Kiewiet vragen van bewoners over de aarden wal. Of die niet weer weg kan. “Waarom zou je het zonnepark verschuilen? Hier mag je best trots op zijn!”

Rico Disco

Ik wil graag de Europese ontwikkelingen bekijken vanuit het individu. Met portretten en interviews in film en op schrift wil ik kleine verhalen vertellen over grote onderwerpen als milieu en klimaat. Hiermee wil ik vooral ook zelf de Europese Unie beter leren begrijpen en hopelijk op die manier ook begrijpelijker maken voor de lezers (en kijkers!).

Duurzaamheid

Meer over Duurzaamheid